Onderzoeksproject Sojamijdend en methaanreducerend voeren op biologische melkveebedrijven

In uitvoering SOMEBIO

Contacteer onze expert

Centrale onderzoeksvraag/doel

SOMEBIO focust op de Vlaamse biologische melkveehouderij, en hoe die haar klimaatimpact kan verlagen via een betere voedersamenstelling. De hoofdonderzoeksvraag luidt: Kunnen we het rantsoen op middelhoog en hoogproductieve biomelkveebedrijven meer autonoom maken en stapsgewijs onafhankelijk(er) worden van soja, zonder dat dit de methaanemissie verhoogt (idealiter zelfs verlaagt) en met als voorwaarde dat het economisch en bedrijfstechnisch haalbaar blijft? Het project houdt rekening met de bedrijfsspecifieke context. De voorgestelde alternatieven voor soja worden beoordeeld op deze voorwaarden: praktisch inpasbaar, economisch haalbaar, bij voorkeur lokaal geproduceerd en niet geschikt voor humane voeding. Soja is in het melkveeranstsoen, ook op de biobedrijven, het import krachtvoer met de grootste koolstofvoetafdruk. Het is een eiwitrijk voedermiddel dat rechtstreeks verband houdt met de hoeveelheid melk die de koe produceert.

Onderzoeksaanpak

De aanpak is om ervaringskennis van de melkveehouders en wetenschappelijk kennis samen te brengen om inzicht te krijgen in de klimaatimpact en kostprijseffecten van diverse biologische voederautonome rantsoenen op middel/hoog productieve bio melkveebedrijven. We voeren in vitro testen uit om het methaanreductiepotentieel van de geselecteerde sojavervangers te bepalen. We maken totaal-formules van rantsoenen, waarin de alternatieve voedermiddelen zijn geĆÆntegreerd. In het eindrapport komt een handige lijst van biospecifieke methaanreducerende maatregelen en een toetsing aan de praktische haalbaarheid.

Relevantie/Valorisatie

De (bio)melkveehouderij in Vlaanderen is reeds vele jaren op zoek naar meer voederautonomie, waarbij vooral het afbouwen en idealiter tot nul reduceren van het sojagebruik een belangrijk aandachtspunt is. Daarnaast werd via de ondertekening van het Convenant Enterische Emissies Rundvee het engagement aangegaan om een reductie te realiseren van de enterische emissies in de periode 2021-2030. Beschikbare voedergerichte oplossingen zijn vaak niet toepasbaar in een biologische bedrijfsvoering omwille van de beperkte beschikbaarheid van een biovariant, of omdat ze op principiƫle, wettelijke of landbouwkundige bezwaren stuiten binnen het kader van een holistische systeemaanpak in de biologische landbouw.

Financiering

BioForum Vlaanderen