Onderzoeksproject Soja-alternatieven in bio-melkvee: haalbaar, maar economisch moeilijk
Contacteer onze expert
Tine Van den Bossche
Onderzoekster ILVO
Algemeen kader
Alternatieven voor de soja-fractie in biologische melkveerantsoenen blijken een haalbare kaart, en ze kunnen de methaanuitstoot verlagen. Echter, de economische haalbaarheid is laag omdat sojaschilfers doorgaans het goedkoopst zijn per kg darm-verteerbaar eiwit. Dat blijkt uit het onderzoeksproject SOMEBIO. Het project stelde de vraag of en hoe Vlaamse biomelkveebedrijven soja kunnen vervangen door lokaal geproduceerde rest- en nevenstromen zoals lijnzaad-, koolzaad-, hennep- en zonnebloemschilfers, om de koolstofvoetafdruk te verkleinen en de voederautonomie te vergroten. In de resultaten kwam onder meer naar voor dat, wat de methaanuitstoot betreft, de keuze van het emissiemodel de interpretatie van de finale (al dan niet veelbelovende) resultaten sterk beïnvloedde.
Onderzoeksaanpak
Vier biologische melkveebedrijven pasten hun rantsoen aan en testten combinaties van alternatieve voedermiddelen, waaronder zonnebloemschilfers, veldbonen, hennepschilfers en lijnzaadschilfers. De teams volgden melkproductie, melkgehalten, ureumgehalte, kostprijs en methaanemissie op. Methaanemissies werden berekend met meerdere modellen, waaronder IPCC Tier 2 en EQ50, om de gevoeligheid van conclusies voor modelkeuze te toetsen. De aanpak combineerde praktijkervaring bij de veehouders met wetenschappelijke evaluaties.
Relevantie/Valorisatie
Het project toont dat soja in biologische rantsoenen deels vervangbaar is met lokale alternatieven, met potentieel voor methaanreductie. Economisch blijft het een huzarenstuk om dezelfde voerwinst per koe te halen. Een meerprijs voor soja-vrije melk kan de financiële haalbaarheid versterken. De inzichten dragen bij aan meer voederautonomie en klimaatvriendelijke bedrijfsvoering voor biologische melkveebedrijven.
Financiering
Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling